kerkrat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·rat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkrat kerkratten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kerkrat v/m

  1. een beklagenswaardig figuur, zoals een rat die in een kerk leeft en daar weinig voedsel vindt
    • Die mensen zijn zo arm als kerkratten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.