kerkplein

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Kerkplein te Woerden
Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·plein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkplein kerkpleinen
verkleinwoord kerkpleintje kerkpleintjes

Zelfstandig naamwoord

kerkplein o [1]

  1. het plein voor de kerk, vaak het centrale plein van dorp of stad
    • Wij hadden afgesproken in het centrum van de stad op het kerkplein. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen