kerkpad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kerkepad
Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·pad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkpad kerkpaden
verkleinwoord kerkpaadje kerkpaadjes

Zelfstandig naamwoord

kerkpad o [1]

  1. kleine wandelpaden die de kortse verbinding vormden van de boerderij naar de kerk
    • Ook de Kaapse Bossen bij Doorn nodigen u uit voor een wandeling op 26 december. Hier loopt u over kronkelige bospaden, statige beukenlanen en historische kerkpaden. Loof- en naaldbomen, heideveld en boswallen wisselen elkaar af. Klim de 26 meter hoge uitkijktoren De Kaap op en u heeft uitzicht over bijna de hele Utrechtse Heuvelrug. Van de Amerongse Berg in het oosten tot de Domtoren van Utrecht in het westen. Bij helder weer is zelfs de Rijn te zien[2] 
    • Kortom, wèg van de gebaande wegen. Neem nou de Schieveenpolder. Daar in Delfland ligt de Bergboezem. Vroeger moeras en veenplas, nu kun je over zompige kreekruggen wilde tochten maken, die op geen kaart staan. Ook het Kerkpad van Weipoort naar Zuidbuurt is Holland op z’n mooist.[3] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 27 dec. 2015
  3. de Telegraaf KENNETH STAMP 13 okt. 2012