kepie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Légionnaires van het Franse Vreemdelingenlegioen uitgerust met een witte kepie
Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·pie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘militair hoofddeksel’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kepie kepies
verkleinwoord kepietje kepietjes

Zelfstandig naamwoord

kepie m [3]

  1. (kleding) militair hoofddeksel met klep
    • Blazevic heeft niet genoeg aan kennis alleen. Hij gelooft in de sterren, hij hecht waarde aan bijzondere signalen, hij laat niets aan het toeval over, aan new-age is voor hem niets vreemd. Soms draagt hij een witte sjaal, overtuigd van de energie die hij uitstraalt. Bijna elke dag ontvangt hij van een astroloog in Zagreb een fax, waarin de stand van de sterren wordt vermeld. Van de politie in het plaatsje Vittel, waar de Kroaten hun trainingskamp hebben opgeslagen, kreeg hij een kepie, een oude gendarmepet. Die heeft Blazevic nu elke wedstrijd naast de trainersbank liggen. En wanneer de Kroaten hebben gewonnen zet hij hem op. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen