kenau

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·nau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kenau kenaus
verkleinwoord kenautje kenautjes

Zelfstandig naamwoord

kenau v

  1. grote, onvriendelijke, bazige vrouw; een vrouw met haar op haar tanden
    • Wat een kenau is dat, zeg! 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen