kelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kelen
keelde
gekeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

kelen

  1. overgankelijk (militair) iemand doden door het afsnijden van de keel
    • Met een snelle haal van zijn mes keelde hij zijn vijand. 

Zelfstandig naamwoord

kelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keel

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.