keek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • keek

Werkwoord

vervoeging van
kijken

keek

  1. enkelvoud verleden tijd van kijken
    • Ik keek. 
    • Jij keek. 
    • Hij, zij, het keek. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /keːk/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

keek v

  1. (palindroom) uitzicht
  2. panorama
Verbuiging