Naar inhoud springen

keek

Uit WikiWoordenboek
  • keek
vervoeging van
kijken

keek

  1. enkelvoud verleden tijd van kijken
    • Ik keek. 
    • Jij keek. 
    • Hij, zij, het keek. 
     Overal waar je keek zag je leven in de woestijn. Duikende vogels, mieren, hagedissen en het onophoudelijke gezang van de krekels.[1]
     ' Reede draaide zich om naar de deur, en ik durfde te zweren dat hij naar het sleutelgat keek.[2]
93 %van de Nederlanders;
84 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • IPA: /keːk/ (Etsbergs)

keek v

  1. uitzicht
  2. panorama