Naar inhoud springen

katoenpluis

Uit WikiWoordenboek
1. Wit katoenpluis zoals het aan de plant zit.
  • ka·toen·pluis
enkelvoud meervoud
naamwoord katoenpluis [2] katoenpluizen
verkleinwoord (katoenpluisje) * (katoenpluisjes) *

het katoenpluiso

  1. (textielindustrie) vezels van cellulose rondom het zaad van een katoenplant Gossypium op Wikispecies, waarvan draden voor weefsels kunnen worden gesponnen
     De stof is in donkere en stoffige fabriekjes machinaal geweven op primitieve machines, waarna vrouwen als de 37-jarige Duan Juhong en de 32-jarige Tang Sulan er tegen een loon van zo'n 100 à 150 euro per maand met de hand kleine weeffoutjes in herstellen. Dat is stoffig werk: er ligt een waas van wit katoenpluis over hun zwarte haar.[1]
      Toch wordt het katoenpluis op natuurlijke wijze beschermd door de naar boven omgekrulde kelkbladen, welke als het ware een veilig afdakje vormen tegen den regen.[2]
  2. pluis van het materiaal katoen
  • Katoenpluis is een stofnaam, het verkleinwoord katoenpluisje betekent "een vlokje katoenpluis".
  1. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2020 Weblink bron
    Garrie van Pinxteren
    “`Dat had ik van de EU nooit verwacht'” (4 juni 2005) op nrc.nl op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2020 Weblink bron
    J.H. Heijl
    Cultures en Nijverheid. Eea proefneming met katoen in Atjeh. in: De Sumatra Post, jrg. 15 nr. 209 (8 september 1913), J. Hallermann, Medan, 5 kol. 2