katiĉo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Esperanto

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kato ("kat") met het achtervoegsel -iĉo ("mannelijk")
  enkelvoud meervoud
nominatief   katiĉo     katiĉoj  
accusatief   katiĉon     katiĉojn  

Zelfstandig naamwoord

katiĉo

  1. (neologisme) mannelijke kat
Synoniemen