kaster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kas·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Deense werkwoord kaste met het achtervoegsel -er.

Werkwoord

kaster

  1. tegenwoordige tijd van kaste

Zelfstandig naamwoord

kaster, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van kaste
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kaster     kasteren     kastere     kasterne  
genitief   kasters     kasterens     kasteres     kasternes  

Zelfstandig naamwoord

kaster g

  1. (sport) werper
  2. (sport) werpster
Hyperoniemen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kas·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse werkwoord kaste met het achtervoegsel -er.
Naar frequentie 1029

Werkwoord

kaster

  1. tegenwoordige tijd van kaste

Zelfstandig naamwoord

kaster, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van kaste
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kaster     kasteren     kastere     kasterne  
genitief   kasters     kasterens     kasteres     kasternes  

Zelfstandig naamwoord

kaster m

  1. (sport) werper
  2. (sport) werpster
  3. werper (toestel)
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Woordafbreking
  • kas·ter

Zelfstandig naamwoord

kaster, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van kaste