kastenmaker
Uiterlijk
- Geluid: kastenmaker (hulp, bestand)
- kas·ten·ma·ker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kastenmaker | kastenmakers |
| verkleinwoord |
- (beroep) meubelmaker die kasten maakt
- Het woord 'kastenmaker' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.