kasteloze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kas·te·lo·ze

Bijvoeglijk naamwoord

kasteloze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van kasteloos

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie