kasteelgracht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kasteel met kasteelgracht
Het Muiderslot met kasteelgracht
Uitspraak
Woordafbreking
  • kas·teel·gracht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kasteelgracht kasteelgrachten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kasteelgracht v/m

  1. diepe, brede gracht, droog of gevuld met water, dat een kasteel of gebouw omringt
    • Je kunt helemaal rondom het kasteel lopen, langs de kasteelgracht, via de oude Rijndijk, het weggetje naar het veer Eck en Wiel en ten slotte langs een onverhard pad. Het uitzicht op de brede, groene komgronden langs de Rijn is magnifiek. De rivier zelf ligt verder, buiten zicht. In de verte duidt een hoge schoorsteen op de aanwezigheid van een steenfabriek. Het vierkante landhuis werd in de jaren na 1672 gebouwd; het oorspronkelijke kasteel, uit de veertiende eeuw, werd in 1672 door de hertog van Luxemburg met de grond gelijkgemaakt. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Kees Calje 26 februari 1992