kassabon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kassabon.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kas·sa·bon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kassabon kassabonnen
(kassabons)
verkleinwoord kassabonnetje kassabonnetjes

Zelfstandig naamwoord

kassabon m

  1. een stukje papier waarop staat wat men wanneer gekocht heeft en hoeveel men daarvoor betaald heeft.
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie