karretje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kar·re·tje

Zelfstandig naamwoord

karretje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kar
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.