karpet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kar·pet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord karpet karpetten
verkleinwoord karpetje karpetjes

Zelfstandig naamwoord

karpet o

  1. vloerkleed dat deel van de vloer bedekt
    • Het karpet werd opgerold zodat de houten vloer helemaal zichtbaar werd. 
Verwante begrippen
Overerving en ontlening

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • kar·pet
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

karpet

  1. tapijt