Naar inhoud springen

karmozijn

Uit WikiWoordenboek
  • kar·mo·zijn
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘purperverf, rode kleur’ voor het eerst aangetroffen in 1516 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord karmozijn -
verkleinwoord - -

hetkarmozijno [3]

  1. purperverf
  2. (kleur) karmijn
     „Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Heere; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.”[4]
63 %van de Nederlanders;
54 %van de Vlamingen.[5]