karbats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kar·bats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord karbats karbatsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

karbats v

  1. (paardrijden) (verouderd) leren zweep met handvat
    • Naauwelijks waren wij op de kaai, of D'Egville, dien wij niet bemerkt hadden, trad plotseling voor ons, sloeg met zijne karbats Stewart in het aangezigt, wierp zich op een gereed staand paard en rende weg. [5]
Schrijfwijzen
Synoniemen
Opmerkingen
  • In de oudste bewijsplaats uit 1616 is de schrijfwijze "carbats" met een c, daarna is de vorm "karbats" met een k twee eeuwen gangbaar geweest, maar in de loop van de 19e eeuw verdrongen door "karwats".

Gangbaarheid

Verwijzingen