kapselde in

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kap·sel·de in
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
inkapselen

kapselde in

  1. enkelvoud verleden tijd van inkapselen
    • Ik kapselde in. 
    • Jij kapselde in. 
    • Hij, zij, het kapselde in. 


Gangbaarheid