kantoor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·toor
enkelvoud meervoud
naamwoord kantoor kantoren
verkleinwoord kantoortje kantoortjes

Zelfstandig naamwoord

kantoor o

  1. een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
    Hij ging gisteren weer naar kantoor om nog wat extra werkzaamheden uit te voeren.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kantoor kantore

Zelfstandig naamwoord

kantoor

  1. kantoor o.