kanten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kanten
kantte
gekant
zwak -t volledig

Werkwoord

kanten [3] [4] [5]

  1. zich verzetten tegen
  2. (overgankelijk) vlak, recht maken
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

kanten [6]

  1. van kant vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

kanten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kant
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal


Noors

Woordafbreking
  • kan·ten
Naar frequentie 4846

Zelfstandig naamwoord

kanten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kant

Zelfstandig naamwoord

kanten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kant
Schrijfwijzen


Nynorsk

Woordafbreking
  • kan·ten

Zelfstandig naamwoord

kanten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van kant