kanonskogel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vierponds kanonskogel afkomstig van de Brederode (vlaggenschip)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·nons·ko·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kanonskogel kanonskogels
verkleinwoord kanonskogeltje kanonskogeltjes

Zelfstandig naamwoord

kanonskogel m

  1. (militair) een projectiel dat afgevuurd wordt uit een kanon
    • In de volksmond is patroon en kogel een synoniem, maar een kogel zit dus in de huls van een patroon. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be