kanoën

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. varen in een kano
Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·no·ën
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van kano met het achtervoegsel -en

Werkwoord

'kanoën?

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kanoën
kanode
gekanood
zwak -d volledig
  1. (sport) (verkeer) varen in een smalle boot die met behulp van peddels wordt voortbewogen
    • Kanoën is een kleine sport in Nederland, maar wereldwijd erg populair. De kanobond koestert de talenten in de aanloop naar de Spelen van Londen in 2012. [1] 
Synoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Daan Heijink 20 april 2010
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be