kanjer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·jer
enkelvoud meervoud
naamwoord kanjer kanjers
verkleinwoord kanjertje kanjertjes

Zelfstandig naamwoord

kanjer m

  1. iets bijzonder groots of opvallends
    • Voorbeeldzin met het kanjer erin. 
  2. iemand die iets doet dat buitengewoon gevonden wordt
    • Je bent echt een kanjer, dat je dat voor elkaar gekregen hebt. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.