kane

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·ne

Werkwoord

vervoeging van
kanen

kane

  1. aanvoegende wijs van kanen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·ne

Werkwoord

kane

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van het imperfectieve werkwoord kanout