kalmoes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kalmoesplant.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kal·moes
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Latijnse calamus ("riet, rietstengel").
enkelvoud meervoud
naamwoord kalmoes -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kalmoes m

  1. (plantkunde) Acorus calamus op Wikispecies vaste moerasplant uit de familie Acoraceae, waarvan de wortelstok als smaakmaker dient
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.

Meer informatie