kalibreerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·li·breer·de

Werkwoord

vervoeging van
kalibreren

kalibreerde

  1. enkelvoud verleden tijd van kalibreren
    • Ik kalibreerde. 
    • Jij kalibreerde. 
    • Hij, zij, het kalibreerde.