kakers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·kers

Zelfstandig naamwoord

kakers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kaker


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·keʃ
Naar frequentie 117615

Zelfstandig naamwoord

kakers, mv

  1. onbepaalde vorm genitief meervoud van kak

Zelfstandig naamwoord

kakers, mv

  1. onbepaalde vorm genitief meervoud van kake