kakadoris

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·ka·do·ris
Woordherkomst en -opbouw
  • Sinds de 16e eeuw. De afkomst is onzeker.
enkelvoud meervoud
naamwoord kakadoris kakadorissen
verkleinwoord kakadorisje kakadorisjes

Zelfstandig naamwoord

kakadoris m

  1. een marktventer of kwakzalver
    • Dat heb je zeker van zo'n kakadoris gekocht? 

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
28 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be