kaften

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaf·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kaften
kaftte
gekaft
zwak -t volledig

Werkwoord

kaften

  1. overgankelijk een boek van een beschermende omslag voorzien
    • Aan het begin van het schooljaar kaftten de leerlingen hun boeken. 

Zelfstandig naamwoord

kaften mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kaft

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.