kafferde uit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaf·fer·de uit
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitkafferen

kafferde uit

  1. enkelvoud verleden tijd van uitkafferen
    • Ik kafferde uit. 
    • Jij kafferde uit. 
    • Hij, zij, het kafferde uit. 


Gangbaarheid