kabeltram

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

kabeltram
Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·bel·tram
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kabeltram kabeltrammen
kabeltrams
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kabeltram m [1]

  1. een tram die zich op rails voortbeweegt, voortgetrokken door een kabel onder het wegdek
    • Nijmegen heeft gelukkig een traditie van luchtkastelen die in rook opgaan; zo heeft men jarenlang gedroomd van een kabeltram over de Waal. Dus meende ik dat het idee van de baan was. [2] 
    • Na een bezoek aan de gezellige uitgaanswijk rond Cuba Street zoeken we het hogerop. Met de karakteristieke kabeltram klimmen we naar de botanische tuinen van de stad, die een fraai uitzicht op de stad en de haven bieden. [3] 
    • De romantici onder ons zijn in de knusse Californische stad San Francisco aan het juiste adres! De Golden Gate bridge, steile heuvels en de oude kabeltrams geven deze populaire trouwstad een Europees sfeertje. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen