kabas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·bas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kabas kabassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kabas v/m

  1. vnl. België: tas, zak

Gangbaarheid

24 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.