kabaai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·baai
enkelvoud meervoud
naamwoord kabaai kabaaien
verkleinwoord kabaaitje kabaaitjes

Zelfstandig naamwoord

kabaai m

  1. (kleding) een jasje dat in Indonesië over een sarong gedragen wordt
    • De kabaai is een kort wijd jakje met rechten rug en van voren ook recht ; [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

13 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Thérèse Hoven:
    In sarong en kabaai
    Uit de gelijknamige verhalenbundel
    L.J. Veen, Amsterdam [1892]