kaatsbaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaats·baan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaatsbaan kaatsbanen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kaatsbaan v/m [1]

  1. plaats waar het kaatsspel gespeeld kan worden
    • Verzekeringsmaatschappij Achmea houdt morgen een conferentie over de toekomst van Nederland in dit krimpende dorp (540 inwoners) nabij Harlingen en Franeker. Er komen politici, hoogleraren, directeuren, schrijvers en sporters. Ze praten niet in een congrescentrum, maar op de kaatsbaan, in de kerk en in huiskamers over hoe Nederland er in 2028 zal uitzien, of zou moeten uitzien. Tweeduizend mensen zijn uitgenodigd, onder wie vrijwel alle inwoners van Achlum. [2] 
    • Echt onvoltooide schilderijen geven vaak inzicht in de werkwijze van een bepaalde schilder. In de 17de eeuw werd het gewoon voor een schilder om een groot aantal doeken op te zetten. Een koper kon dan kiezen welk werk hem het meest beviel en dat werd afgemaakt. Soms kwam een schilderij om politieke redenen niet af. Jacques Louis David begon in 1791 aan een groot doek van ‘De eed op de kaatsbaan’, een cruciaal moment in de Franse revolutie. Maar toen de revolutie een andere weg insloeg gaf hij er de brui aan. [3] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen