kaasschaaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kaasschaaf aan het werk.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaas·schaaf
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘schaaf om plakjes van kaas te snijden’ voor het eerst aangetroffen in 1950 [1]
  • samenstelling van  kaas  en  schaaf 
enkelvoud meervoud
naamwoord kaasschaaf kaasschaven
verkleinwoord kaasschaafje kaasschaafjes

Zelfstandig naamwoord

kaasschaaf v/m

  1. (huishouden) een gebruiksvoorwerp waarmee een dun plakje van een stuk kaas kan worden gesneden
    • Mensen die onervaren zijn met de kaasschaaf snijden zichzelf er wel eens aan. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen