kaasburgertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaas·bur·ger·tje

Zelfstandig naamwoord

kaasburgertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaasburger