kaasblokje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaas·blok·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaasblokje kaasblokjes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kaasblokje o

  1. een kubus vormig stukje kaas van ongeveer 2 x 2 x 2 cm
    • Den Hertog, veertig jaar oud, is wel wat gewend. Hij is naar eigen zeggen de enige in Nederland die „op niveau” vogels bestrijdt. Geboren met vangdrang had hij op zijn vijfde zijn eerste muis te pakken. Later schoot hij de postduiven van de buurman en op zijn achtste bedacht hij dat het slimmer is om de klapklem haaks op de plint te zetten dan parallel, zodat de muis aan twee kanten bij het kaasblokje kan. Nu jaagt hij al vele jaren in opdracht van overheden en bedrijven op ‘overlastgevende’ dieren in dichtbevolkt gebied. Hij ving duiven op de Dam, meeuwen op de Maasvlakte. De telefoon van Den Hertog staat vol filmpjes van grauwe ganzen rondom Schiphol die in colonne met honderden tegelijk zijn val in lopen, gevolgd door foto’s van zijn kinderen lachend naast een ganzenbout thuis in de pan. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Freek Schravesande 3 oktober 2015