kaakgewricht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kaakgewricht en omgeving
Uitspraak
Woordafbreking
  • kaak·ge·wricht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaakgewricht kaakgewrichten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kaakgewricht o

  1. (anatomie) het gewricht tussen de onderkaak en het slaapbeen van de schedel
    • Het belang van een goed werkend regelmechanisme voor botgroeifactoren wordt duidelijk als het mis gaat. Zoals bij mensen met de erfelijke aandoening Fibrodysplasia ossificans progressive (FOP). Een gruwelijke ziekte; de kleinste verwonding aan bindweefsel of spieren heeft een heftige ontstekingsreactie tot gevolg, waarna er op de plek van de ontsteking bot wordt gevormd. Op den duur verbenen grote delen van het lichaam en veel gewrichten groeien vast. Uiteindelijk worden de patiënten volkomen immobiel, als levende standbeelden. Ze sterven vaak op jonge leeftijd, bijvoorbeeld aan longontsteking als gevolg van een verstarde ribbenkast, en vroeger ook wel door verhongering als het kaakgewricht was vastgegroeid. [1] 
    • De onderzoekers interviewden de professionals en vroegen vooral naar opgelopen trauma's in het hoofd-halsgebied, zoals afgebroken tanden, gebroken kaken en kaakgewricht problemen, hersenschuddingen en een enkele maal zelfs schedelbasisfracturen. [2] 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Monique van Wordragen 25 januari 1997
  2. NRC M.A.J. Eijkman 11 maart 2006