kaïnsmerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Kaïnsmerk


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaïns·merk, ka·ins·merk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaïnsmerk kaïnsmerken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kaïnsmerk o

  1. (figuurlijk) uiterlijk kenmerk waaruit wordt afgeleid dat iemand niet deugt of iets misdaan heeft
     En als Vorstius ver genoeg was afgebroken, zou er tevens gelegenheid zijn om nummer twee een kaïnsmerk te geven.[2]
Schrijfwijzen
  • Kaïnsmerk (volgens de officiële spelling tot 2006)
Synoniemen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 2 januari 2023 Weblink bron P. H. Winkelman “Remonstranten en katholieken in de eeuw van Hugo de Groot” (1945), Centrale Drukkerij N.V., Nijmegen, p. 90
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be