juut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • juut
Woordherkomst en -opbouw
  • Waarschijnlijk een klanknabootsing van het fluitje dat agenten gebruikten.
enkelvoud meervoud
naamwoord juut juten
verkleinwoord juutje juutjes

Zelfstandig naamwoord

juut m

  1. (pejoratief) politieagent
    • Die juut gaf me een fikse boete. 

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
40 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be