jute

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ju·te
enkelvoud meervoud
naamwoord jute -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jute v/m

  1. de bastvezels van een soort van hennep waar bijvoorbeeld zakken van gemaakt worden
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

jute

  1. gemaakt van jute
    De jute zak bleek niet echt stevig te zijn.
Gangbaarheid
98 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Nederlandse jute.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  jute     -  

Zelfstandig naamwoord

jute

  1. jute
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: yute.