jumpte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jump·te

Werkwoord

vervoeging van
jumpen

jumpte

  1. enkelvoud verleden tijd van jumpen
    • Ik jumpte. 
    • Jij jumpte. 
    • Hij, zij, het jumpte.