jumpen
Uiterlijk
- jum·pen
- uit het Engels [1]
jumpen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| jumpen |
jumpte |
gejumpt |
| zwak -t | volledig | |
- over iets of iemand heen springen
- Napoli speelt vandaag de uitwedstrijd bij Torino en staat op dit moment één punt achter Inter. Bij een overwinning gaat de ploeg uit Napels dus over Inter heen. Morgen kan ook titelverdediger Juventus nog over de Milanezen jumpen. De 'Oude Dame' speelt dan uit bij Bologna. [2]
- De Winterspelen in Zuid-Korea vinden niet alleen plaats op ijzige pistes, besneeuwde hellingen of strakke ijsvloeren, maar ook - of misschien wel juist - in de lucht. Massaal jumpen, vliegen of suizen de olympiërs richting de hemel. Vijftien foto's vol actie en dramatiek. [3]
- dansen op housemuziek
- Het woord jumpen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "jumpen" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ jumpen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Tubantia Guido Mos 16-12-17 Eerste verlies Inter maakt titelrace ongemeen spannend
- ↑ Tubantia 17-02-18 Olympiërs vliegen massaal door de lucht
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be