jufferde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • juf·fer·de

Werkwoord

vervoeging van
jufferen

jufferde

  1. enkelvoud verleden tijd van jufferen
    • Ik jufferde. 
    • Jij jufferde. 
    • Hij, zij, het jufferde.