jozefshuwelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jo·zefs·hu·we·lijk

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jozefshuwelijk jozefshuwelijken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jozefshuwelijk o

  1. een huwelijk zonder geslachtsverkeer
    • Het was nooit meer dan een jozefshuwelijk geworden.