Naar inhoud springen

joviaal

Uit WikiWoordenboek
  • jo·vi·aal
  • van Frans jovial, in de betekenis van ‘gulhartig’ voor het eerst aangetroffen in 1642 [1], [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen joviaaljovialerjoviaalst
verbogen jovialejovialerejoviaalste
partitief joviaalsjovialers-

joviaal

  1. opgewekt en tegelijk aardig en vriendschappelijk in de omgang
    • Een joviale groet. 
  2. goedgunstig, genereus, gulhartig
96 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]