joetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • joet·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘tientje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899 [1]
  • Herkomst: Bargoens [2]

Zelfstandig naamwoord

joetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord joet, tientje

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
14 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen