joelend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • joe·lend

Werkwoord

vervoeging van: joelen
verbogen vorm: joelende

joelend

  1. onvoltooid deelwoord van joelen
stellend
onverbogen joelend
verbogen joelende
partitief joelends

Bijvoeglijk naamwoord

joelend

  1. bezig met heel hard te schreeuwen
    • Er staat nu een joelende meute met bivakmutsen. ,,Rellende, schreeuwende idioten. [1] 
    • Toen de stoet passeerde was het een kakafonie aan geluid, met joelende kinderen, scanderende actievoerders en een toeterende fanfare. [2] 
    • Op sociale media zijn de joelende berichten van trotse ouders te vinden. Zij hebben bijvoorbeeld zwart op wit dat hun kind geen vmbo-t maar havo aankan of geen havo maar vwo. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Tubantia Ton Voermans 23-11-18 Nederlandse trucker belandt in oorlog met ‘gele hesjes’
  2. Tubantia Cyril Rosman en Sander van Mersbergen 17-11-18 Sintintocht Zaanstad was ‘een kinderfeest, zoals het hoort’
  3. Tubantia Ellen van Gaalen en Hanneke Keultjes 21-05-19 Duizenden groepachters krijgen verkeerd advies na eindtoets