jij-bak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jij-bak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jij-bak jij-bakken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jij-bak m

  1. een drogreden, een spottende of beschuldigende opmerking als antwoord op een andere opmerking
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Werkwoord

vervoeging van
jij-bakken

jij-bak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jij-bakken
    • Ik jij-bak. 
  2. gebiedende wijs van jij-bakken
    • Jij-bak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jij-bakken
    • Jij-bak je?